Ballonnetje Woordje activiteit voor in de klas

Geplaatst op 25 oktober 2015

Ballonnetje Woordje
ballon
Neem een ballon. Kies een woord waarop alle kinderen kunnen associëren. “Waar denk je aan bij het woord ‘feest’?” Geef de ballon aan een kind in de (kleine) kring. Dit kind mag een woord noemen en de ballon aan een volgend kind geven. Iedereen blijft associëren op het eerste woord.

Tip: maak naar aanleiding van deze activiteit voor in de klas een woordballon (met tekeningen gemaakt door de kinderen)

Vervolgactiviteit ballonnen blazen:
Alle kinderen staan. Leg uit dat je een ballon op gaat blazen en dat de kinderen mogen proberen om de ballon hoog te houden met de handen. De ballon mag niet op de grond vallen. Voeg meerdere ballonnen toe. Lukt het om alle ballonnen omhoog te houden?

Woorden die aan bod kunnen komen: de adem, de ballon, , opblazen, het feest, lastig, lucht, makkelijk, moeilijk, knoopje, de wang, mond, verjaardag, hoog, laag, hooghouden, de pomp.

Voorbeeldteksten:
Als je iets opblaast, dan blaas je er lucht in. Je kunt bijvoorbeeld een ballon opblazen of een luchtbed. Dat kan met je mond of met een pomp. “Blaas jij de ballon even op?” Als je blaast, dan adem je snel uit en tuit je je mond. “Blaas niet zo in mijn gezicht.”

Objectenspel
De kinderen vormen tweetallen. Elk tweetal krijgt een object, een ballon, een pen of iets dergelijks. Dit object wordt voor iets anders gebruikt. De ballon wordt bijvoorbeeld een paraplu. Opdracht is om te bedenken wat dit object nu is en dat samen te verkopen als een marktkoopman. Ze mogen niet benoemen waar het om gaat. Het object wordt steeds beschreven, waardoor deze werkvorm goed toe te passen is binnen woordenschatonderwijs.

 

Wizz Scholing werkt samen met

Neem contact op met Wizz Scholing

Overflakkee 33
8302 NZ Emmeloord

info@wizz-scholing.nl

06-37604520

Wizz Menu